Ouderlijk Gezag

Ouderlijk gezag

Ouderlijk gezag is het gezag van ouders over hun kinderen. Ouders moeten hun kinderen verzorgen en opvoeden. Ze zijn wettelijk vertegenwoordiger van het kind en beheren het geld en de spullen. Ook hebben ze een onderhoudsplicht totdat de kinderen 21 jaar worden.

Art. 1:247 lid 1 Burgerlijk wetboek (BW) bepaalt dat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouder omvat om zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. De bevoegdheden op dit gebied zijn:

  • belangrijke beslissingen in het leven van het kind te nemen (zoals over de verblijfplaats, schoolkeuze, gebruikmaking van kinderopvang, geloofsbeleving, vrije tijdsbesteding (denk aan lidmaatschap van sportvereniging), bij gezamenlijk ouderlijk gezag tezamen met de andere gezaghebbende ouder;
  • informatie over het kind te ontvangen van derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen; en
  • bij gezamenlijk ouderlijk gezag na de dood van de andere gezaghebbende ouder van rechtswege alleen het ouderlijk gezag over het kind uit te oefenen.

Ook brengt gezamenlijk gezag mee dat niet aan een ander dan de ouder het medegezag kan worden toegekend (zie art. 1:253t BW). Bovendien betekent gezamenlijk gezag dat voor het aanvragen of verlengen van een identiteitsdocument de toestemming van de andere gezagsouder vereist is (zie art. 34 Paspoortwet).

Bent u getrouwd of hebt u een geregistreerd partnerschap?

Als u getrouwd bent, hebt u als ouders automatisch samen het gezag over uw kinderen. Hebt u een geregistreerd partnerschap, dan hebt u als ouders ook automatisch samen het gezag.

Is het kind geboren vóór het huwelijk of het geregistreerd partnerschap? Als de vader het kind heeft erkend voordat u getrouwd bent of het geregistreerd partnerschap bent aangegaan, dan krijgt hij nadat u getrouwd bent of geregistreerd bent, alsnog automatisch het gezamenlijk gezag.

Bent u niet getrouwd of hebt u geen geregistreerd partnerschap?

De moeder, die 18 jaar of ouder is, krijgt automatisch het gezag over uit haar geboren kinderen. De vader echter niet. Om de vader ook het gezag te laten krijgen, moet er samen een verzoek ingediend worden bij de griffie van de rechtbank. Om gezamenlijk gezag te krijgen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De verzoekers zijn niet met elkaar gehuwd en zijn ook nooit gehuwd geweest.
  • Het kind is erkend door de vader.
  • Het verzoek wordt door beide personen gedaan.
  • De verzoekers zijn meerderjarig (of meerderjarig verklaard door de rechter).
  • Eén van de verzoekers moet al alleen het gezag over het kind hebben.
  • Verzoekers staan geen van beiden onder curatele.
  • Verzoekers zijn bevoegd (geestelijk gezond) om gezag uit te oefenen.
  • De verzoekers zijn niet ontheven of ontzet uit het gezag.
  • Er bestaat nog geen gezamenlijk gezag over het kind.

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, dan krijgt de vader het gezag, zonder verdere procedure. Dit is derhalve meer een administratieve handeling dan een echte procedure.

Hebt u het kind niet erkend?

Heeft de vader het kind niet erkend (erkennen kan voor, bij of na de geboorte met toestemming van de moeder) en weigert de moeder haar toestemming daaraan te verlenen? Dan kan de vader middels een advocaat een procedure starten waarbij aan de rechter vervangende toestemming tot erkenning wordt gevraagd.

In de meeste gevallen wordt het verzoek om vervangende toestemming toegewezen. Alleen als de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind geschaad zouden worden door de erkenning, dan wordt dit verzoek afwezen. De belangen van alle betrokkenen moeten derhalve worden afgewogen.

Er is sprake van schade als er ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico’s zijn dat het wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling. Een emotionele weerstand van de vrouw als enig bezwaar is onvoldoende om aan het tot stand komen van een familierechtelijke betrekking tussen de man en het kind in de weg te staan. Voorts zou de vervangende toestemming voor de erkenning kunnen worden geweigerd wanneer de erkenning een zodanige grote belasting voor de vrouw in haar huidige gezinssituatie is, dat dit een psychische belasting voor het kind kan vormen. Het moet blijken dat door de erkenning de vrouw niet in staat is het kind een stabiel opvoedingsklimaat te bieden. Daarbij worden de huidige omstandigheden waarin de vrouw leeft mede in aanmerking genomen.

Weigert de moeder haar medewerking te verlenen aan gezamenlijk gezag?

Weigert de moeder haar medewerking te verlenen aan het verzoek tot gezamenlijk gezag, dan kan de vader dit ook zelf aan de rechtbank verzoeken. Dit moet hij via een advocaat doen. Voorwaarde is wel dat de vader het kind heeft erkend, omdat er sprake moet zijn van een familieband.

Of uiteindelijk het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt toegewezen hangt af van de omstandigheden. De belangen van het kind spelen daarbij de belangrijkste rol. Een belangrijke factor daarbij is de vraag of er geen gevaar is dat het kind “klem of verloren raakt” tussen de ouders. Indien deze bijvoorbeeld niet in staat zijn op een behoorlijke wijze met elkaar te communiceren, zodat niet aannemelijk is dat zij in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen ten aanzien van bijvoorbeeld noodzakelijke scholing of medische behandeling, dan kan dat schadelijk voor het kind zijn.

 

Wilt u als ouder en niet-ouder het gezamenlijk gezag krijgen?

Het gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder moet bij de rechter worden aangevraagd. Hiervoor moeten de ouder en niet-ouder samen een verzoekschrift indienen bij de rechter.

Voordat de rechter een verzoek tot gezamenlijk gezag zal toewijzen, bekijkt de rechter of de verzoekers aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Op het moment van het verzoek moet de ouder alleen het gezag over het kind uitoefenen.
  • De niet-ouder moet een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind en/of tot de ouder hebben.
  • Het belang van het kind staat voorop en mag daarom niet worden geschaad. Dit betekent ook dat de relatie tussen de ouder en het kind niet mag worden beschadigd door toekenning van het gezamenlijk gezag.
  • De ouder en de niet-ouder hebben, voordat zij het verzoek doen, ten minste één jaar samen voor het kind gezorgd.
  • De ouder zelf heeft voor het doen van het verzoek ten minste drie jaar alleen het gezag uitgeoefend over het kind.
  • Kinderen van twaalf jaar en ouder moeten door de rechter worden gehoord.

Gaat u scheiden of uit elkaar?

De wet gaat sinds 1998 uit van het ongewijzigd gezamenlijk ouderlijk gezag bij scheiden of uit elkaar gaan: dan blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag ongewijzigd in stand, tenzij een of beide partijen daarvan om dringende redenen willen afwijken.

Hiervan kan alleen worden afgeweken als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat dit binnen afzienbare tijd verbetert.

Hebt u vragen of hebt u hulp nodig? Maak gerust een afspraak! Het eerste adviesgesprek is gratis.

 

Per 1 januari 2015 mogelijke wijziging van uw kinderalimentatie door de wet hervorming kindregelingen (33716)

De wet hervorming kindregelingen (33716) en rapport alimentatienormen

Op 24 juni heeft de Eerste Kamer de wet hervorming kindregelingen (WHK) aangenomen. Doel van de wet is het beperken van het aantal kindregelingen en dat heeft gevolgen voor het berekenen van (kinder)alimentatie. Als de wet op 1 januari 2015 in werking treedt, vervallen de alleenstaande oudertoeslag in de bijstand, de alleenstaande ouderkorting en het fiscaal voordeel bij het betalen van kinderalimentatie (LOK). Het kindgebonden budget wordt verhoogd en de zogeheten ‘alleenstaande ouderkop’ wordt ingevoerd.
Bij de bespreking van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer heeft de minister op vragen, onder meer, geantwoord*:
“De afschaffing van de LOK werkt door in de berekening van het alimentatiebedrag. De draagkracht van de alimentatieplichtige wordt hierdoor namelijk lager, terwijl het alimentatiebedrag ongewijzigd blijft. Dat heeft als gevolg dat het bedrag zwaarder drukt op het inkomen van de alimentatieplichtige dan nu het geval is. In dat geval is het logisch dat de alimentatieplichtige een herziening van het alimentatiebedrag kan aanvragen. “
en:
“Indien door zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget in de behoefte van het kind wordt voorzien, is er geen aanspraak op kinderalimentatie. Dat zal niet voor alle kinderen opgaan. De behoefte van het kind kan immers groter zijn dan hetgeen via het stelsel van kindregelingen wordt ontvangen. Dan kan er ook in de toekomst sprake zijn van zo’n verplichting.”
Het wetsvoorstel hervorming kindregelingen is zonder nadere vragen van kamerleden of toezeggingen van de minister op deze punten op 24 juni 2014 aangenomen.
Conform de bij de parlementaire behandeling aanvaarde uitleg van de Minister betekent een verhoging van het kindgebonden budget met een alleenstaande ouderkop derhalve een verlaging van resterende behoefte van het kind. Bij de parlementaire behandeling zijn de consequenties van de WHK door de wetgever onder ogen gezien en aanvaard. Vanwege de gevolgen voor enerzijds de behoefte van de kinderen en anderzijds de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder(s), ziet de Expertgroep aanleiding om de aanbeveling op dit punt aan te passen aan deze uitleg van de wetgever.
Onder 3.1 onder b (in de huidige versie van het rapport op pagina 7) zal worden opgenomen:
Met ingang van 1 januari 2015 komen alleenstaande ouders die in aanmerking komen voor een kindgebonden budget ook in aanmerking voor een verhoging van dit kindgebonden budget met maximaal € 3.050,00 (voor 2015). Deze verhoging wordt de alleenstaande ouderkop genoemd. De expertgroep beveelt aan om dit totale kindgebonden budget in mindering te doen strekken op het gevonden tabelbedrag. Dit kan er in een aantal gevallen toe leiden dat er geen behoefte meer resteert waarin de ouders moeten voorzien. In een dergelijk geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsbijdrage ten laste van de andere, niet-verzorgende ouder.
Daarnaast concludeert de Expertgroep dat het wijzigen van fiscale wetgeving een wijziging van regelgeving is die van invloed kan zijn op de wettelijke maatstaven en dus aanleiding kan geven tot herbeoordeling van eerder overeengekomen of vastgestelde bijdragen.
 Betaalt u kinderalimentatie? Laat uw situatie dan opnieuw bekijken. Dat is de moeite waard!
*Wet hervorming kindregelingen (33.716) Kamerstukken; voortzetting behandeling (nr. 33, item 15)

Wie regelt mijn echtscheiding?

Ziet u in het woud van echtscheidingsplanners, echtscheidingsmakelaars en andere echtscheidingsadviseurs door de bomen het bos niet meer?

Keer dan terug naar de basis!

Voor het indienen van een echtscheidingsverzoek is altijd een advocaat nodig. De advocaat is bij uitstek de deskundige die u van begin tot eind begeleidt in de echtscheidingsprocedure, of het nu is om te bezien hoe de boedel en de echtelijke woning verdeeld moeten worden, of het nu is om goede afspraken over de echtscheiding en de periode daarna op papier te zetten in een echtscheidingsconvenant en eventueel een ouderschapsplan.

Voorts kan een advocaat zowel in opdracht van beide echtgenoten als in opdracht van één van hen werken. Als de advocaat voor beiden optreedt, adviseert hij beide partijen over alle ins en outs van de echtscheiding. De advocaat is daarbij gebonden aan strenge gedragsregels, om te waarborgen dat beide partijen te allen tijden volledig en juist worden geïnformeerd. Als de advocaat voor één van de echtgenoten optreedt, maakt hij zich sterk voor de belangen van deze partij.

De advocaat weet als geen ander hoe rechtbanken alimentatieberekeningen waarderen en beoordelen.

De advocaat is tevens bij uitstek de deskundige op het gebied van omgangsregelingen en gezagskwesties.

Bij ons kunt u altijd terecht voor een gratis oriënterend gesprek van een half uur om te bezien wat uw mogelijkheden zijn en of het klikt met de advocaat. U kunt hiervoor terecht bij ondergetekende.

Bel of mail voor een afspraak!

Mw Mr M.J.J.A. Ooms

Hoogte ontslagvergoeding. Twee uitspraken nader bekeken.

Een rekentool om de ontslagvergoeding te berekenen waarop een werknemer “recht heeft” is snel te vinden op internet, maar is met een formule daadwerkelijk te berekenen op welke ontslagvergoeding werknemers aanspraak kunnen maken? Van belang hierbij is de correctiefactor die de verwijtbaarheid van werkgever en werknemer tot uitdrukking brengt. Een voorbeeld: een werknemer van 38 jaar oud die twee jaar in dienst is geweest, kan over het algemeen aanspraak maken op een neutrale ontslagvergoeding (berekend met correctiefactor C = 1) van twee maandsalarissen (vermeerderd met emolumenten). Heeft de werknemer verwijtbaar gehandeld, dan kan een correctiefactor lager dan 1 aangewezen zijn.

De kantonrechter dient alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te nemen om tot een bepaalde ontslagvergoeding te komen. Twee uitspraken ter illustratie.

Ongeoorloofde druk verzuimbegeleider

(Kantonrechter Hoorn 27 februari 2013 ECLI:NL:RBNHO:2013:8070).

Een zieke werknemer verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Werknemer stelt dat werkgever hem tijdens ziekte voortdurend onder druk zet en in strijd heeft gehandeld met het goed werkgeverschap, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid is verergerd en zijn herstel is belemmerd. Werknemer heeft telefoongesprekken met door werkgever ingeschakelde verzuimbegeleider heimelijk opgenomen en gebruikt ter onderbouwing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat werknemer met het opnemen van de gesprekken een legitiem doel diende nu werknemer onbetwist heeft gesteld dat hij steeds weer discussie had met de verzuimbegeleider over de aard en inhoud van eerdere telefoongesprekken en hij herhaling daarvan wilde voorkomen. Uit de gesprekken bleek dat de verzuimbegeleider (geen bedrijfsarts) in strijd met het goed werkgeverschap handelde door aandrang uit te oefenen om het werk te hervatten en heeft gedreigd met staking van loonbetaling, zonder enig zicht te hebben op de medische beperkingen van de werknemer voor het verrichten van arbeid. Dat heeft er ook toe geleid dat werknemer bij een aantal gelegenheden het werk feitelijk heeft hervat, ondanks dat niet duidelijk was of hij daartoe medisch gezien in staat was. De kantonrechter concludeert dat de grond voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in overwegende mate aan werkgever is te wijten en acht een correctiefactor van C= 3 billijk.

Twee lessen die hieruit volgen: 1. Onder omstandigheden nemen rechters heimelijk opgenomen gesprekken mee in hun beoordeling; 2. Verzuimbegeleiders dienen zich onder alle omstandigheden strikt aan de regels te houden en mogen geen  druk uitoefenen op een werknemer zonder zicht te hebben op de medische beperkingen.

Frivool uitje leidt tot vertrouwensbreuk

(Kantonrechter Eindhoven 26 juni 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4256).

Manager van Dela (in dienst sinds begin 2011) organiseert na teamuitje facultatief aanvullend programma “Ondeugd op de Wallen”, waarbij striptease acts en erotische lapdances worden uitgevoerd. Een mannelijk stripper is geregeld voor de vrouwelijke medewerkers die willen deelnemen. Dela stelt dat de handelwijze van de manager buitengewoon ongepast en ongewenst is, omdat de manager in zijn functie een voorbeeld dient te zijn voor zijn personeel en door het organiseren van deze activiteit heeft hij zich onmogelijk gemaakt en afbreuk gedaan aan het gezag dat hij als manager moet hebben. Ook heeft hij door zijn activiteit Dela in diskrediet gebracht met schade aan de reputatie van Dela. De manager verweert zich door te stellen dat hij voortreffelijk presteert en het hier om een privé activiteit gaat. De kantonrechter oordeelt dat waar een manager aan zijn medewerkers een activiteit aanbiedt, deze activiteit niet meer louter als privé activiteit kan worden gezien. Dit klemt te meer nu de activiteit vanuit en aansluitend aan een teamuitje wordt aangeboden. De kantonrechter overweegt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat bij de manager sprake is van een patroon van grensoverschrijdend gedrag, maar concludeert dat Dela wel terecht het vertrouwen in haar werknemer als manager heeft verloren en ontbindt de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter meent dat een vergoeding ter hoogte van één maandsalaris voor de manager volstaat.

Gezien het feit dat werknemer verder van onbesproken gedrag lijkt te zijn, is de kantonrechter wellicht wat aan de strenge kant. Evenwel is het uiteraard verstandiger geen seksueel geladen activiteiten te organiseren die niet louter als privé activiteit kunnen worden beschouwd.

G.C. Blom

Hoe maakt u een ouderschapsplan?

Verplicht ouderschapsplan

Voordat ouders uit elkaar gaan, zijn zij verplicht om een ouderschapsplan op te stellen, waarin alle afspraken rondom de minderjarige kinderen worden omschreven. Hierbij maakt het niet uit of de ouders getrouwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben of samenwonen en gezamenlijk gezag  over de kinderen hebben. Hebben samenwonende ouders geen gezamenlijk gezag, dan bestaat die verplichting niet, maar het is wel aan te raden om toch een ouderschapsplan op te stellen.

Wat moet er nu precies in zo’n ouderschapsplan staan?

De ouders mogen zelf bepalen wat er allemaal in het ouderschapsplan komt te staan. Er zijn slechts drie vereisten over de inhoud die volgen uit de wet, t.w. over:

– de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken; waar wonen de kinderen, op welk adres staan zij ingeschreven, hoe vaak zien zij de andere ouder, hoe worden de feestdagen en vakanties verdeeld

– hoe de ouders elkaar informatie geven over de kinderen en op welke manier zij elkaar raadplegen als er belangrijke beslissingen gemaakt moeten worden; hoe vaak hebben de ouders contact, op welke wijze, per email of telefonisch

– de verdeling van de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen; wie betaalt welke kosten en welke bijdrage betaalt de meestverdienende ouder aan de andere ouder.

Verder kunnen er tal van andere afspraken omschreven worden, maar het is niet verplicht. Voorbeelden zijn: wie onderhoudt het contact met school, wie brengt de kinderen naar de tandarts, kapper of huisarts, hoever mogen de ouders van hun kinderen vandaag verhuizen, mogen toekomstige stiefouders ook mama of papa genoemd worden etc.

Belangrijk bij het opstellen van een ouderschapsplan is, dat de kinderen hierbij betrokken worden. Bij heel jonge kinderen is dat uiteraard moeilijk of zelfs onmogelijk, maar zodra ze een jaar of 5 zijn kunnen ze al heel goed meepraten en aangeven hoe zij het zouden willen. Het belangrijkste is toch dat de kinderen zo min mogelijk last hebben van de (echt)scheiding.

Voor een voorbeeld van de minimale bepalingen van een ouderschapsplan vindt u elders op deze website een voorbeeld echtscheidingsconvenant.

Begrotingsakkoord 2013: de 5 belangrijkste gevolgen voor arbeidsrelaties

Het begrotingsakkoord van 11 oktober 2013 heeft tot gevolg dat de afspraken uit het sociaal akkoord, dat op 11 april 2013 door het kabinet met werkgevers en vakbonden is gesloten, eerder worden doorgevoerd. Dit heeft gevolgen voor onder meer de flexibele arbeidsrelaties, het ontslagrecht en de WW.

1. Vast dienstverband na 2 jaar

Per 1 juli 2014 wordt de ketenregeling van artikel 7:668a Burgerlijk wetboek aangepast. Nu krijgt een werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (met tussenpozen van niet meer dan drie maanden) of na een periode van 3 jaar (met tussenpozen van niet meer dan drie maanden) (bij cao kan hiervan afgeweken worden). Vanaf 1 juli 2014 geldt dat een werknemer na twee jaar recht heeft op een vast dienstverband. Binnen deze twee jaar mogen nog altijd maximaal 3 arbeidsovereenkomsten worden aangegaan. Elkaar opvolgende contracten met tussenpozen van niet meer dan zes maanden tellen vanaf 1 juli 2014 mee in de keten. Bij CAO kan alleen nog worden afgeweken van de ketenbepaling (maar niet van de periode van zes maanden) indien het werken met tijdelijke contracten gezien de aard van het werk noodzakelijk is, waarbij het aantal contracten maximaal 6 mag bedragen in een periode van vier jaar.

2. Proeftijd

Per 1 juli 2014 kan in tijdelijke contracten met een duur van 6 maanden of korter geen proeftijd worden overeengekomen.

3. Concurrentiebeding

Per 1 juli 2014 kan in tijdelijke contracten geen concurrentiebeding worden overeengekomen, behalve bij bijzondere omstandigheden.

4. Eén ontslagprocedure

Per 1 juli 2015 wordt het ontslagrecht gemoderniseerd. Afhankelijk van de reden voor het ontslag komt er één ontslagroute: voor bedrijfseconomisch ontslag en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid dient een procedure bij het UWV gevolgd te worden. Voor (andere) in de persoon gelegen redenen en bij een verstoorde arbeidsverhouding dient een procedure bij de kantonrechter gevolgd te worden. Bij een negatieve beslissing door het UWV kan de werkgever bij de rechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vragen. De rechter dient hierbij te toetsen aan dezelfde criteria als het UWV. Bij een ontslag na een positieve beslissing van het UWV kan de werknemer de rechter vragen om herstel van de arbeidsovereenkomst. Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter is mogelijk.

5. WW

Per 1 januari 2015 wordt ingevoerd dat al na 6 maanden (nu 12 maanden) voor WW-ers alle arbeid als ‘passend’ wordt aangemerkt.

De maximale duur van de (publiek gefinancierde) WW wordt vanaf 2016 stapje voor stapje – met één maand per kwartaal –  teruggebracht, zodat de WW vanaf 2019 werkelijk maximaal twee jaar wordt uitgekeerd door de overheid.

Vragen over uw arbeidsovereenkomst met werkgever of werknemer?

Bel G.C. Blom: 0180 320088

 

Overzicht / bronvermelding

Voor het overzicht van maatregelen (sociaal akkoord 11 april 2013):

http://www.rijksoverheid.nl/regering/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/04/11/bijlage-overzicht-van-maatregelen.html

 

Voor de begrotingsafspraken 2014 (akkoord 11 oktober 2013):

http://www.rijksoverheid.nl/regering/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/10/11/begrotingsafspraken-2014.html

 

 

 

Wanneer zijn algemene voorwaarden van toepassing?

Wanneer zijn algemene voorwaarden aanvaard?

Contractspartijen discussiëren regelmatig over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Algemene voorwaarden zijn in beginsel van toepassing als zij door de wederpartij zijn aanvaard. De vraag is: wanneer zijn algemene voorwaarden aanvaard?

Algemene voorwaarden: handig of niet?

Veel ondernemers maken gebruik van algemene voorwaarden. De gedachte hierachter is dat algemene voorwaarden tijd en kosten besparen. Bij gebruikmaking van algemene voorwaarden hoeven immers bij het sluiten van een overeenkomst niet meer afzonderlijk alle voorwaarden te worden vastgesteld. Contractspartijen kunnen zich concentreren op de kern van de prestaties. Het gebruik van algemene voorwaarden levert echter helaas nog wel eens discussies op.

Hoe oordeelt de rechter?

Partijen A en B hadden een overeenkomst ondertekend. Op de voorkant van de overeenkomst stond slechts vermeld dat A algemene voorwaarden had gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Deze algemene voorwaarden waren op de achterkant van de overeenkomst afgedrukt. In de overeenkomst stond echter niet expliciet vermeld dat de op de achterkant afgedrukte algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst.

De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken dat A expliciet heeft gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Dit was niet aan bod gekomen in het gesprek dat partijen hadden. Daarmee stond vast dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet was overeengekomen, omdat B die voorwaarden niet uitdrukkelijk had aanvaard. Aanvaarding van een aanbod kan zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend gebeuren. Een stilzwijgende aanvaarding kan bijvoorbeeld volgen uit een gedraging van de wederpartij. De rechtbank diende dus de vraag te beantwoorden of A erop mocht vertrouwen dat B stilzwijgend met de voorwaarden akkoord was gegaan. Daarbij dient de rechtbank alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te nemen. De rechtbank vond het in dit geval te ver gaan om het stilzwijgen van B bij het aangaan van de overeenkomst uit te leggen als het aanvaarden van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Met name omdat in de overeenkomst zelf de algemene voorwaarden niet van toepassing werden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen.

Waar moet u aan denken bij het gebruik van algemene voorwaarden?

Deze discussie had voorkomen kunnen worden door in de overeenkomst expliciet te vermelden dat de op de achterkant afgedrukte algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst. Het aanbod is dan voldoende bepaalbaar en door ondertekening van de overeenkomst worden de algemene voorwaarden aanvaard. Zorg er dus voor dat expliciet in de overeenkomst wordt opgenomen dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst. Wordt gebruik gemaakt van offertes, dan dient dit ook expliciet in de offerte te worden opgenomen. Onder bepaalde omstandigheden zou kunnen volstaan dat voor totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij bekend is gemaakt dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat deze ter inzage liggen of bij een bepaalde Kamer van Koophandel of ter griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat zij op verzoek zullen worden toegezonden. Dit is slechts voldoende indien het redelijkerwijze niet mogelijk is om de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand te stellen. Dat is bijvoorbeeld niet mogelijk bij per telefoon gesloten overeenkomsten of bij zeer omvangrijke voorwaarden (hele boekwerken).