Convenant

VOORBEELD

ECHTSCHEIDINGSCONVENANT

De ondergetekenden:

(volledige voornamen en achternaam) (BSN nummer), geboren op (datum) te (plaats), wonende te (adres van inschrijving), hierna te noemen “de man”;

en

(volledige voornamen en meisjesnaam) (BSN nummer), geboren op (datum) te (plaats), wonende te(adres van inschrijving) , hierna te noemen “de vrouw”;

Nemen in aanmerking dat:

  1. zij op (datum) te (plaats) in algehele gemeenschap van goederen/op huwelijksvoorwaarden met elkander zijn gehuwd;
  2. beide partijen de Nederlandse nationaliteit bezitten.
  3. uit dit huwelijk de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen zijn geboren:

– (volledige voornamen) (BSN nummer), geboren op (datum) te (plaats);

– (volledige voornamen) (BSN nummer), geboren op (datum) te (plaats);

of

  1. uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren;
  2. het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht op grond waarvan partijen voornemens zijn een verzoek tot echtscheiding in te dienen;
  3. partijen de gevolgen van de echtscheiding door middel van dit convenant wensen te regelen, onder de opschortende voorwaarde dat de echtscheiding tot stand komt.

 Verklaren te zijn overeengekomen inzake de verdeling der huwelijksgoederengemeenschap als volgt:

  1. ALIMENTATIE

1.1   Partijen komen overeen dat na de ontbinding van hun huwelijk de één tegenover de ander niet tot betaling van alimentatie gehouden zal zijn.

1.2   Het in artikel 1.1 opgenomen nihilbeding is gebaseerd op het feit dat op het moment van tijdstip van ondertekening van het convenant beide partijen in staat zijn om in het eigen levensonderhoud te voorzien.

of

1.1   Partijen zijn van mening dat de man momenteel geen draagkracht heeft om alimentatie ten behoeve van de vrouw te voldoen.

of

1.1   De man zal maandelijks bij vooruitbetaling aan de vrouw een bedrag ad €. ,- als bijdrage in haar levensonderhoud voldoen.

1.2   De in artikel 1.1 bepaalde alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 20..

of

1.1   Partijen doen over en weer uitdrukkelijk afstand van hun recht op partneralimentatie.

1.2   Het in dit artikel bepaalde ten aanzien van de alimentatieverplichtingen kan niet bij rechterlijke uitspraak worden gewijzigd op grond van een wijziging van omstandigheden, behoudens in het geval van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden, dat de partij die de wijziging verzoekt, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding kan worden gehouden (artikel 1:159 lid 3 BW).

  1. OUDERSCHAPSPLAN

2.1.  Partijen zullen na de scheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Zij vinden het belangrijk, dat de contacten tussen de kinderen en hun ouders zo min mogelijk door de scheiding worden beïnvloed. Daarom zullen partijen het in het belang van de kinderen bevorderen, dat zij zo goed mogelijk contact zullen hebben met ieder van hun ouders.

2.2.  De kinderen zullen hoofdzakelijk bij de vrouw/man verblijven. In het bevolkingsregister van de gemeente zullen zij zijn ingeschreven als wonende bij de vrouw/man of de kinderen __________ en __________ zullen hoofdzakelijk bij de vrouw en de kinderen __________ en __________ zullen hoofdzakelijk bij de man verblijven. Die verblijfplaats blijkt ook door inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente.

2.3.  Partijen hebben met elkaar de volgende zorgregeling afgesproken:

a. De kinderen zullen gedurende één weekend per 14 dagen van vrijdagavond om _____ uur tot maandagochtend om _____ uur bij de man/vrouw verblijven.

b. Vanaf _____middag na school tot _____ochtend (hun vertrek naar school) verblijven de kinderen bij de man/vrouw.

c. Tijdens de zomervakantie zullen de kinderen gedurende drie weken, die tijdig en in onderling overleg worden vastgesteld, bij de man/vrouw verblijven.

d. Afwisselend zullen de kinderen ofwel de herfstvakantie ofwel de voorjaarsvakantie doorbrengen bij de man/vrouw.

e. De kerstdagen respectievelijk de jaarwisseling zullen de kinderen afwisselend bij de één respectievelijk de ander doorbrengen.

f. Partijen willen de hiervoor omschreven zorgregeling als een richtlijn hanteren, die zij zullen handhaven zolang zij na goed onderling overleg geen andersluidende afspraken zullen maken. Gezien de (veranderende) leeftijd van de kinderen is het van belang dat de hiervoor genoemde zorgregeling door beide partijen met flexibiliteit wordt gehanteerd.

g. Buiten de bovenstaande afspraken staat het de kinderen/het kind vrij om ook (telefonisch dan wel persoonlijk) contact te hebben met de andere ouder, dan de ouder waar zij/hij conform de genoemde regeling verblijven/verblijft.

h. Dit ouderschapsplan hebben partijen in overleg met de kinderen opgesteld.

2.4.  In het kader van de uitoefening van hun gezamenlijk gezag zullen partijen elkaar informeren over en betrekken bij activiteiten (ten behoeve) van de kinderen, zoals (sport)verenigingen, uitvoeringen, ouderavonden, etc. Verder zullen partijen elkaar op de hoogte houden over de zaken, die voor de persoon en het vermogen van de kinderen van meer dan ondergeschikt belang zijn en zij zullen elkaar raadplegen over de daarover te nemen beslissingen.

De beslissingen van enig gewicht zullen door de ouders tezamen worden genomen. Partijen verstaan hieronder in elk geval de te nemen beslissingen over schoolkeuze en beroepsopleiding, over medische behandelingen en ingrepen en over verblijf in het buitenland gedurende een periode langer dan één maand. De dagelijkse beslissingen over een kind zullen worden genomen door de ouder bij wie het kind op dat moment verblijft.

2.5.  Partijen hebben de behoefte van de kinderen aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld op een bedrag van € _____ per kind per maand.

Met ingang van __________ betaalt de man/vrouw aan de vrouw/man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en/of levensonderhoud en studie van de kinderen ter grootte van € _____ per maand, bij vooruitbetaling aan de vrouw/man te voldoen. Deze kinderalimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari __.

   Zolang de kinderen in de woning van de vrouw/man verblijven, zal de kinderalimentatie worden overgemaakt naar de bankrekening van de vrouw/man. Dat zal ook het geval zijn als de kinderen na hun achttiende verjaardag bij de vrouw/man blijven wonen, tenzij het betreffende kind zich daartegen zal verzetten. Pas als de kinderen zelfstandig (eventueel: op kamers) gaan wonen, zal de bijdrage in het levensonderhoud en de studie van de kinderen rechtstreeks worden overgemaakt naar de rekening van het betreffende kind.

 Of

2.5   Partijen constateren dat de man op dit moment geen enkele draagkracht heeft om een bijdrage in de kosten van de kinderen te voldoen.

2.6.  De man/vrouw neemt bij deze de verplichting op zich om aan ieder van zijn/haar kinderen, vanaf het moment waarop een kind 21 jaar wordt, een bijdrage te betalen in het levensonderhoud en de studie van ieder van de kinderen, zolang het betreffende kind met redelijke resultaten een beroepsopleiding volgt of studeert, doch uiterlijk tot het tijdstip dat het betreffende kind de zevenentwintigjarige leeftijd bereikt. Dit beding ten behoeve van ieder der kinderen van partijen is onherroepelijk. De kinderen hebben het recht zonodig nakoming van dit beding te vorderen. Partijen ondertekenen dit convenant tevens in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van ieder der minderjarige kinderen.

2.7.  Conform de inschrijving in het bevolkingsregister komt de kinderbijslag voor __________ (voornamen kinderen) aan de man en voor __________ (voornamen kinderen) aan de vrouw toe. Partijen zullen aan de Sociale VerzekeringsBank (SVB) melden, dat hun situatie is gewijzigd. Ieder van hen/de man/de vrouw zal een nieuwe aanvraag tot het verkrijgen van kinderbijslag (artikel 14 AKW) indienen bij de SVB, zodat de man het recht op kinderbijslag ten behoeve van __________ en de vrouw ten behoeve van __________ zal ontvangen.

2.8.  Zodra er een aanzienlijke wijziging ontstaat in het huidige inkomen en/of lasten van één van de partijen, welke wijziging naar de mening van één van hen of beiden behoort te leiden tot een wijziging van de hierboven omschreven financiële afspraken met betrekking tot de kinderen en zodra er een wijziging zal ontstaan in de verblijfplaats van de kinderen, zullen partijen in onderling overleg en op basis van de hierboven omschreven uitgangspunten de door ieder van hen te betalen bijdrage vaststellen.

 3. DE ECHTELIJKE WONING

3.1   De waarde van de echtelijke woning, gelegen aan de   te     is door partijen vastgesteld op €  ,-.

De echtelijke woning, alsmede de op deze woning rustende hypotheek ad €.  (polisnr. ) wordt toegescheiden aan de man, onder voorwaarde dat de hypotheeknemer de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de hypotheek.

3.2   De akte van toescheiding en overdracht zal uiterlijk binnen twee maanden, nadat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand, worden gepasseerd.

3.3   De kosten verband houdende met de wijziging tenaamstelling en levering van de echtelijke woning worden door de man voldaan.

3.4   De man zal een nieuwe hypotheekschuld aangaan ter financiering van de uitkoop van de vrouw uit de echtelijke woning.

Indien het aangaan van de nieuwe hypotheeklening geschiedt voordat partijen definitief gescheiden zijn, zal de vrouw meewerken aan de hypotheekverlening alsmede het aangaan van de hypothecaire lening, zonder dat voor haar hieraan enige kosten zijn verbonden en op voorwaarde dat de man zorgdraagt dat binnen 1 maand na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgelijke stand deze hypothecaire lening alleen op naam van de man komen te staan, eveneens zonder dat hieraan voor de vrouw kosten zijn verbonden.

De nieuwe hypotheekschuld zal buiten de boedelscheiding blijven.

of

3.1   De echtelijke woning, gelegen aan de …. te ……, zal worden verkocht. De netto overwaarde wordt bij helfte gedeeld.

3.2   De kosten voortvloeiende uit en verband houdende met de verkoop van de echtelijke woning worden door partijen bij helfte gedeeld.

of

3.1   Het huurrecht van de echtelijke woning, gelegen aan de ……….. te ………… zal worden toegescheiden aan de man/de vrouw.

 

  1. VERDELING VAN DE HUWELIJKSGOEDERENGEMEENSCHAP

4.1   Partijen hebben de inboedelgoederen reeds in onderling overleg verdeeld.

4.2   De auto, een  met het kenteken  wordt toegescheiden aan de man/vrouw.

4.3   De bankrekening (nr. ) bij de ……..bank op naam van de man/vrouw, met een saldo ad €  wordt toegescheiden aan de man/vrouw.

4.4   De lijfrentepolis (contractnr. ) bij de    bank op naam van de man/vrouw, met een contante waarde ad €. ,- wordt toegescheiden aan de man/vrouw.

4.5   Indien en voorzover noodzakelijk zal de betreffende partij zijn/haar medewerking verlenen aan de wijziging tenaamstelling van een rekening c.q. polis.

4.6   De aanslagen en restituties inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen a) zijn en blijven ten laste van c.q. komen ten goede aan diegene ten name van wie de aanslagen c.q. restituties zijn gesteld of b) worden voor wat betreft de huwelijkse periode bij helfte gedeeld.

4.7   Alle baten en lasten opgekomen na het uiteengaan van partijen d.d. ……. worden toegescheiden aan c.q. komen voor rekening van diegene die ze betreffen.

4.8   De kosten van de advocaat, griffierechten alsmede eventuele overige verschotten worden door de vrouw/de man/ partijen bij helfte voldaan.

4.9   Uit hoofde van bovenstaande verdeling wordt de man/vrouw overbedeeld. Ter beëindiging van de onzekerheid c.q. geschillen omtrent het bedrag van de overbedeling stellen partijen de overbedeling vast op een bedrag ad €. ,-.

4.10 De man zal het sub 4.9 genoemde bedrag aan de vrouw/man voldoen tegelijkertijd met het transport van de echtelijke woning aan  te .

De vrouw/man zal aan de man/vrouw een behoorlijk schriftelijk bewijs van ontvangst en kwijting verstrekken.

4.11 Partijen hebben over en weer niet de bedoeling om elkaar te bevoordelen in het kader van hun echtscheiding. Mocht evenwel komen vast te staan dat er sprake is van een schenking ex artikel 1 van de Successiewet 1956, dan beroepen partijen zich op de vrijstelling, als opgenomen in artikel 33 onder 12 van de Successiewet 1956 (natuurlijke verbintenis). Mocht deze uitzondering definitief niet van toepassing worden verklaard, dan beroepen partijen zich op toepassing van ‘het echtgenotentarief’ dat volgt uit onderdeel 2 van het besluit van de staatssecretaris van Financiën d.d. 5 juli 2010 (nr DGB2010/872M).

of

4.9   Bovenstaande verdeling vindt plaats zonder enige verdere verrekening.

4.10 Partijen hebben over en weer niet de bedoeling om elkaar te bevoordelen in het  kader van hun echtscheiding. Mocht evenwel komen vast te staan dat er sprake is van een schenking ex artikel 1 van de Successiewet 1956, dan beroepen partijen zich op de vrijstelling, als opgenomen in artikel 33 onder 12 van de Successiewet 1956 (natuurlijke verbintenis). Mocht deze uitzondering definitief niet van toepassing worden verklaard, dan beroepen partijen zich op toepassing van ‘het echtgenotentarief’ dat volgt uit onderdeel 2 van het besluit van de staatssecretaris van Financiën d.d. 5 juli 2010 (nr DGB2010/872M).

 

  1. DE PENSIOENEN EN DE VEREVENING DAARVAN

5.1   Tussen partijen zal wel pensioenverevening conform de Wet VP plaats vinden.

5.2   Indien en voorzover partijen daadwerkelijk pensioenrechten hebben opgebouwd, dienen partijen binnen 2 jaar na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking aan de betreffende pensioenuitvoerders mededeling te doen van de echtscheiding en van het tijdstip daarvan door middel van het daartoe voorgeschreven formulier, zulks teneinde te bewerkstelligen dat de pensioenuitvoerders zullen overgaan tot uitbetaling volgens de Wet VP.

of

5.1   Tussen partijen zal geen pensioenverevening conform de Wet VP plaats vinden, ook worden de pensioenrechten niet verrekend volgens het Boon / van Loon-arrest. Partijen zien af van hun recht op verrekening.

Partijen doen tevens over en weer onherroepelijk en volledig afstand van het bijzonder partnerpensioen, voorzover opgebouwd tot de datum van echtscheiding. Partijen zullen beiden medewerking verlenen aan aanvullende voorwaarden gesteld door de pensioenuitvoerder, zoals het ondertekenen van een overeenkomst of verklaring opgesteld door de pensioenuitvoerder.

      Of

De voor en tijdens het huwelijk door de man en de vrouw bij de pensioenuitvoerder opgebouwde aanspraken bijzonder partnerpensioen komen op grond van artikel 57 van de Pensioenwet geheel toe aan de vrouw resp. de man. De vrouw resp. de man krijgt daarmee een premievrije aanspraak op bijzonder partnerpensioen.

5.2   Indien en voorzover partijen daadwerkelijk pensioenrechten hebben opgebouwd, dienen partijen binnen 2 jaar na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking aan de betreffende pensioenuitvoerders mededeling te doen van de echtscheiding en van het tijdstip daarvan en van hetgeen zij onder 5.1. van dit convenant zijn overeengekomen, zulks teneinde te bewerkstelligen dat de pensioenuitvoerders niet zullen overgaan tot uitbetaling volgens de Wet VP. Partijen dienen deze mededeling aan de pensioenuitvoerders schriftelijk te doen onder overlegging van een kopie van dit convenant.

  1. ONTBINDING EN VERNIETIGING

6.1  Partijen verbinden zich deze overeenkomst noch geheel, noch gedeeltelijk te zullen (laten) ontbinden op grond van enigerlei tekortkoming in de nakoming daarvan. Nakoming zal steeds gevorderd kunnen worden, al dan niet met schadevergoeding.

  1. VRIJWARING EN FINALE KWIJTING

7.1   De partijen verklaren hierbij de tussen hen bestaande huwelijksgemeenschap met in achtneming van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid te hebben verdeeld en zij verklaren tevens behoudens met betrekking tot de rechten en verplichtingen genoemd in dit convenant niets meer van elkaar te vorderen te hebben en elkaar algehele en finale kwijting te verlenen.

7.2   Partijen verklaren over en weer elkaar te zullen vrijwaren, indien de ene partij wordt aangesproken tot voldoening van een schuld, welke ingevolge deze overeenkomst ten laste van de andere partij komt.

Aldus overeengekomen en in vijfvoud opgemaakt en ondertekend

te Nieuwerkerk aan den IJssel

 

d.d. ………………………                                  d.d. ………………………….

 

……………………………………………….        ……………………………………………

(handtekening man)                                        (handtekening vrouw)