Ouderlijk Gezag

Ouderlijk gezag

Ouderlijk gezag is het gezag van ouders over hun kinderen. Ouders moeten hun kinderen verzorgen en opvoeden. Ze zijn wettelijk vertegenwoordiger van het kind en beheren het geld en de spullen. Ook hebben ze een onderhoudsplicht totdat de kinderen 21 jaar worden.

Art. 1:247 lid 1 Burgerlijk wetboek (BW) bepaalt dat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouder omvat om zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. De bevoegdheden op dit gebied zijn:

  • belangrijke beslissingen in het leven van het kind te nemen (zoals over de verblijfplaats, schoolkeuze, gebruikmaking van kinderopvang, geloofsbeleving, vrije tijdsbesteding (denk aan lidmaatschap van sportvereniging), bij gezamenlijk ouderlijk gezag tezamen met de andere gezaghebbende ouder;
  • informatie over het kind te ontvangen van derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen; en
  • bij gezamenlijk ouderlijk gezag na de dood van de andere gezaghebbende ouder van rechtswege alleen het ouderlijk gezag over het kind uit te oefenen.

Ook brengt gezamenlijk gezag mee dat niet aan een ander dan de ouder het medegezag kan worden toegekend (zie art. 1:253t BW). Bovendien betekent gezamenlijk gezag dat voor het aanvragen of verlengen van een identiteitsdocument de toestemming van de andere gezagsouder vereist is (zie art. 34 Paspoortwet).

Bent u getrouwd of hebt u een geregistreerd partnerschap?

Als u getrouwd bent, hebt u als ouders automatisch samen het gezag over uw kinderen. Hebt u een geregistreerd partnerschap, dan hebt u als ouders ook automatisch samen het gezag.

Is het kind geboren vóór het huwelijk of het geregistreerd partnerschap? Als de vader het kind heeft erkend voordat u getrouwd bent of het geregistreerd partnerschap bent aangegaan, dan krijgt hij nadat u getrouwd bent of geregistreerd bent, alsnog automatisch het gezamenlijk gezag.

Bent u niet getrouwd of hebt u geen geregistreerd partnerschap?

De moeder, die 18 jaar of ouder is, krijgt automatisch het gezag over uit haar geboren kinderen. De vader echter niet. Om de vader ook het gezag te laten krijgen, moet er samen een verzoek ingediend worden bij de griffie van de rechtbank. Om gezamenlijk gezag te krijgen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De verzoekers zijn niet met elkaar gehuwd en zijn ook nooit gehuwd geweest.
  • Het kind is erkend door de vader.
  • Het verzoek wordt door beide personen gedaan.
  • De verzoekers zijn meerderjarig (of meerderjarig verklaard door de rechter).
  • Eén van de verzoekers moet al alleen het gezag over het kind hebben.
  • Verzoekers staan geen van beiden onder curatele.
  • Verzoekers zijn bevoegd (geestelijk gezond) om gezag uit te oefenen.
  • De verzoekers zijn niet ontheven of ontzet uit het gezag.
  • Er bestaat nog geen gezamenlijk gezag over het kind.

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, dan krijgt de vader het gezag, zonder verdere procedure. Dit is derhalve meer een administratieve handeling dan een echte procedure.

Hebt u het kind niet erkend?

Heeft de vader het kind niet erkend (erkennen kan voor, bij of na de geboorte met toestemming van de moeder) en weigert de moeder haar toestemming daaraan te verlenen? Dan kan de vader middels een advocaat een procedure starten waarbij aan de rechter vervangende toestemming tot erkenning wordt gevraagd.

In de meeste gevallen wordt het verzoek om vervangende toestemming toegewezen. Alleen als de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind geschaad zouden worden door de erkenning, dan wordt dit verzoek afwezen. De belangen van alle betrokkenen moeten derhalve worden afgewogen.

Er is sprake van schade als er ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico’s zijn dat het wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling. Een emotionele weerstand van de vrouw als enig bezwaar is onvoldoende om aan het tot stand komen van een familierechtelijke betrekking tussen de man en het kind in de weg te staan. Voorts zou de vervangende toestemming voor de erkenning kunnen worden geweigerd wanneer de erkenning een zodanige grote belasting voor de vrouw in haar huidige gezinssituatie is, dat dit een psychische belasting voor het kind kan vormen. Het moet blijken dat door de erkenning de vrouw niet in staat is het kind een stabiel opvoedingsklimaat te bieden. Daarbij worden de huidige omstandigheden waarin de vrouw leeft mede in aanmerking genomen.

Weigert de moeder haar medewerking te verlenen aan gezamenlijk gezag?

Weigert de moeder haar medewerking te verlenen aan het verzoek tot gezamenlijk gezag, dan kan de vader dit ook zelf aan de rechtbank verzoeken. Dit moet hij via een advocaat doen. Voorwaarde is wel dat de vader het kind heeft erkend, omdat er sprake moet zijn van een familieband.

Of uiteindelijk het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt toegewezen hangt af van de omstandigheden. De belangen van het kind spelen daarbij de belangrijkste rol. Een belangrijke factor daarbij is de vraag of er geen gevaar is dat het kind “klem of verloren raakt” tussen de ouders. Indien deze bijvoorbeeld niet in staat zijn op een behoorlijke wijze met elkaar te communiceren, zodat niet aannemelijk is dat zij in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen ten aanzien van bijvoorbeeld noodzakelijke scholing of medische behandeling, dan kan dat schadelijk voor het kind zijn.

 

Wilt u als ouder en niet-ouder het gezamenlijk gezag krijgen?

Het gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder moet bij de rechter worden aangevraagd. Hiervoor moeten de ouder en niet-ouder samen een verzoekschrift indienen bij de rechter.

Voordat de rechter een verzoek tot gezamenlijk gezag zal toewijzen, bekijkt de rechter of de verzoekers aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Op het moment van het verzoek moet de ouder alleen het gezag over het kind uitoefenen.
  • De niet-ouder moet een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind en/of tot de ouder hebben.
  • Het belang van het kind staat voorop en mag daarom niet worden geschaad. Dit betekent ook dat de relatie tussen de ouder en het kind niet mag worden beschadigd door toekenning van het gezamenlijk gezag.
  • De ouder en de niet-ouder hebben, voordat zij het verzoek doen, ten minste één jaar samen voor het kind gezorgd.
  • De ouder zelf heeft voor het doen van het verzoek ten minste drie jaar alleen het gezag uitgeoefend over het kind.
  • Kinderen van twaalf jaar en ouder moeten door de rechter worden gehoord.

Gaat u scheiden of uit elkaar?

De wet gaat sinds 1998 uit van het ongewijzigd gezamenlijk ouderlijk gezag bij scheiden of uit elkaar gaan: dan blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag ongewijzigd in stand, tenzij een of beide partijen daarvan om dringende redenen willen afwijken.

Hiervan kan alleen worden afgeweken als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat dit binnen afzienbare tijd verbetert.

Hebt u vragen of hebt u hulp nodig? Maak gerust een afspraak! Het eerste adviesgesprek is gratis.